Echo’s uit de gemeente- en OCMW-raad van 3 juli 2019

Zenuwachtig door een powerpoint ivm tarieven buitenschoolse kinderopvang?

Meerderheid en oppositie kunnen een gemeente- en OCMW-raad schorsen als ze een punt willen overleggen. Dat gebeurde op 3 juli voor de eerste keer deze legislatuur. We hadden deze als oppositie niet zien aankomen, want de eerste keer dat de meerderheid deze optie gebruikte was om te discussiëren over… het gebruik van een powerpoint door een oppositielid (ondergetekende).

Groen maakte drie simulaties om aan te tonen dat de verhoging van de kosten van de Buitenschoolse Kinderopvang sterk zal wegen op de financiële situatie van sommige mensen. Het was de burgemeester zelf, die zich geen houding wist te geven en die duidelijk aangaf moeilijk om te kunnen gaan met onvoorziene omstandigheden. Hij wilde met de schorsing vermijden dat we dit zeer goed voorbereide punt niet op die manier konden brengen. Na een schorsing daarna door de oppositie, hebben we ons punt toch kunnen uitleggen.
Elk raadslid heeft veel mogelijkheden, om zijn of haar punt te maken. Bij wijze van voorbeeld: als een raadslid graag een punt inleidt door een dansje te placeren, kan zelfs dat. Niet dat we zelf plannen hebben in die richting.

Over naar de inhoud dus, want die primeert op dit soort politieke spelletjes.

Nieuwe tarieven Buitenschoolse Kinderopvang jagen inwoners op kosten

Mensen met krappe budgetten komen in de problemen door de nieuwe tarieven van de Buitenschoolse Kinderopvang die de gemeente oplegt. Daarenboven wordt de belastingsverlaging van de fusie zo goed als uitgewist. Meer daarover lees je in het persbericht.

Derdebetalersregeling met De Lijn

De regeling van Lovendegem om kortingen te geven op buzzypasses voor de schoolgaande jeugd tussen 12 en 18 jaar wordt veralgemeend naar Lievegem. Een maatregel die we volmondig steunden en die ook in het programma van Groen bij de gemeenteraadsverkiezingen stond.

Samenwerking met Zefier

Zefier is een intergemeentelijke organisatie die alle hernieuwbare activiteiten van Eandis bundelt. Ze plaatst onder andere windmolens (wat Groen uiteraard toejuicht). Zij vroegen een kapitaalsverhoging om bijkomende windmolens te kunnen plaatsen. We stemden toch tegen, omdat dit ingaat tegen een amendement van Groen op het klimaatplan (mee goedgekeurd door de meerderheid) dat zegt dat we als bestuur inzetten op participatie van burgers als het gaat over hernieuwbare energie. De beslissing die de meerderheid nam, staat daar haaks op.

Uitbating recyclageparken naar IVM

Groen ging akkoord met het overbrengen van de uitbating van de recyclageparken van Lievegem naar IVM. IVM heeft het voordeel van de schaal. Als er ziekte is bij één van de medewerkers, dan is het makkelijker om vervanging te voorzien. De gemeentelijke diensten die de recyclageparken aansturen krijgen meer zuurstof om met andere zaken bezig te zijn (zoals het aanpakken van milieuovertredingen). Ook het personeel gaat er in principe op vooruit, krijgt een plaats binnen IVM en mag blijven werken op hun huidige werkplek.

De discussie of alle recyclageparken in hun huidige vorm blijven, beslist de gemeente nog altijd zelf en is een belangrijke discussie voor het najaar, waar Groen zal op wegen.

Goedkeuring extra lesuren gemeenteschool

Groen ging akkoord met de 12 extra lesuren die de gemeenteschool vroeg om in te spelen op nieuwe tendenzen rond onderwijsvormen en het werk van de directeur (die ook twee ingrijpende verbouwingen moet regelen) te verlichten. Belangrijk hier is wel dat de nieuwe kennis die daarmee wordt opgebouwd gedeeld wordt met de andere scholen in Lievegem. Samenwerking over de netten heen is dé weg om te gaan.

Nieuwe rechtspositieregeling goedgekeurd

Groen keurde de nieuwe rechtspositieregeling goed. In een rechtspositieregeling worden afspraken gemaakt over selectie van het personeel, loopbanen van medewerkers, salarissen en verloven en afwezigheden. Binnen de wettelijke contouren die er zijn heeft de gemeente een zo modern mogelijk personeelsbeleid op papier gezet. Deze ook in de praktijk omzetten is nu de uitdaging.

Een vraag vanuit onze fractie is hoe het bestuur hun ambitie om ten minste 2% van het personeelsbestand te laten vervullen door personen met een arbeidshandicap. Er is geen idee hoe hoog dit op dit moment is. We wachten de cijfers af en vragen concrete acties om dit te realiseren.

Adviesraden

Een reeks adviesraden werd goedgekeurd en zijn klaar voor installatie: de adviesraad milieu en natuur, de landbouwraad, de Lievegemse Economische Raad, de Toeristische Adviesraad Lievegem en de Gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Ordening. Zij moeten alle kansen krijgen om hun kennis in te brengen in het gemeentelijk beleid.

Meer communicatie over mogelijkheid om op de gemeenteraad te spreken als burger

Met de fractieleiders spraken we af dat inwoners van Lievegem vanaf deze maand spreekrecht krijgen op de gemeente-  en OCMW-raad, mits ze op voorhand een vraag indienen. Niet iedereen van de meerderheid was daar geen grote fan van, maar uiteindelijk namen we deze beslissing gezamenlijk. Belangrijk is dat we hier nu heel actief over communiceren (zowel digitaal als in Lievelink), want anders komen er natuurlijk heel weinig mensen naar de gemeenteraad om hun vraag te stellen of hun mening te geven over een onderwerp.

De Mobiscore

Er is nogal wat te doen over de mobiscore, een recent gelanceerde tool om te bekijken hoe duurzaam een woning is gelegen. De gemeente Lievegem heeft samen met een reeks andere (plattelands)gemeenten verzet aangetekend tegen die score. De kritiek is dat iedereen op het platteland automatisch een slechte score heeft. Dat klopt eigenlijk niet, want ik heb zelf bijvoorbeeld 7,5 op tien. Een cijfer waar veel studenten op het einde van het academiejaar veel voor over zouden hebben. Het is voor Groen interessanter om de score te gebruiken als drukkingsmiddel ten aanzien van de Vlaamse regering om meer financiële hulp te krijgen voor versterking van haar kernen. De gemeenten die verzet aantekenen doen dat ook, maar leiden door hun verzet tegen de score de aandacht af van het belangrijkste punt.

Speelautomatenhal

Groen is niet zo gelukkig met de convenant die de gemeente afsluit met een speelautomatenhal. Dit zorgt hoogstwaarschijnlijk voor heel wat gokproblemen. Omdat het over een bestaande hal gaat die op een andere locatie komt, hebben we ons onthouden in plaats van tegengestemd.

Inleefweek armoede: we maken er spel van

Leven met 170 euro per week, een reeks leefregels* en onverwachte onaangenaamheden (ons kenbaar gemaakt in witte enveloppen), dat is de samenvatting van de inleefweek armoede waaraan ons gezin vorige week begon. Drie euro en wat wijsheid hielden we over aan het eind van de week. In wat volgt: geen diepgaande analyse, geen politieke antwoorden, maar gedachten die me overvielen de voorbije week.

12074557_897976556937631_2568604458538054793_n

We waren nog niet begonnen aan onze inleefweek armoede bij Welzijnsschakel Ommekeer (Erpe-Mere), of mijn wederhelft en ik hadden al een fikse discussie achter de kiezen. Het was het begin van een week die in het teken stond van de eindjes aan elkaar knopen. Het werd ook een week van reflectie. Over hoe het zou zijn mocht onze tijdelijke situatie definitief zijn. En over wat we ook na deze inleefweek maar weten over hoe leven in armoede echt is. Relatiestress was alvast een zekerheid. Voor de volledigheid: die eerste discussie handelde over de posten waarop we zouden besparen. De conclusie? Op allemaal!

Armoede isoleert

Isolement is wellicht onvermijdelijk als je in armoede leeft. Dit beperkt budget kan niet anders dan daartoe leiden. Een bezoek aan de kantine na de voetbalmatch kan er eigenlijk niet van af. Omwille van de tijdelijke en zelfgekozen situatie was het makkelijk uit te leggen. We voelden wel de neiging om het uit te leggen. Dat had een goede kant: er startte een gesprek over armoede. Maar tegelijk wijst het op schaamte. Schaamte die, nogmaals, voor ons zeer tijdelijk is. Schaamte die er ongetwijfeld inhakt als dit een permanente situatie is. Vanwaar die schaamte komt? Wellicht is het de afhankelijkheid, maar daar zijn we niet uit. We moesten ook beslissen of we iets zouden gaan drinken met vrienden. Conclusie: een rondje kost te veel geld (‘schuimen’ gaan we niet doen), de thuiswacht ook. Deze week niet dus. Wat als elke week zo’n week is? Juist ja: isolement.

Keuzes snel beu

Keuzes, keuzes en nog eens keuzes: alles wat je doet wordt ineens een stuk bewuster. Gedwongen. We kopen een bloemkool. Ze ziet er wat klein uit. Hebben we het geld ervoor over? Dit soort keuzes waren we zeer snel beu en het werd al snel moeilijk om strikt te zijn. Op dag 1 discussieerden we al over de aankoop van een meloen. Kunnen we ons dat wel permitteren? Fruit, ok, maar meloen kost toch veel? En die voortdurende afwegingen, wel die waren we na vier dagen kotsbeu.

Echt budgetteren is moeilijk

We missen vaardigheden om echt te budgetteren: we kunnen het eigenlijk langs geen kanten. Daarmee bedoel ik uiteraard niet dat bij ons de financiële bomen tot in de hemel groeien. Ook bij ons is het budget begrensd. We bedoelen dat de impact van onze aankopen (met rekenmachine op zak!) op de rest van de week nauwelijks in te schatten is. Wat brengt die week nog? En wat zit er nog in die enveloppen met ‘onverwachte situaties’? Wat als iemand ziek wordt en medicatie nodig heeft? Veel vragen, geen antwoorden. En wat als elke week zo’n week is. Onze kinderen hebben nood aan nieuwe schoenen. Wij hebben het een week uitgesteld. Simple comme bonjour. Ook na de inleefweek heb ik geen idee hoe je het doet als je in armoede leeft.

Armoede kost tijd

Door het voortdurend budgetteren, bekijken van folders met het oog op kortingen, volledig aangewezen zijn op openbaar vervoer, fiets of te voet… Allemaal voorbeelden van hoeveel tijd leven in armoede kost. Ik kwam een paar keer te laat doordat ik het niet helemaal in mijn tijdsschema gepropt kreeg.

Kinderen alle kansen?

Je kinderen alle kansen geven, daar is het toch elke ouder om te doen? Wat daarvan de precieze definitie is weet ik niet, maar het is duidelijk dat armoede leidt tot veel minder kansen voor je kinderen. Ze worden samen met jou geïsoleerd. Mocht deze week twee weken later zijn gevallen, dan kon onze zoon niet mee op zeeklas. Het verjaardagsfeestje van een klasgenootje vandaag was onmogelijk geweest. Maar treffender nog was de getuigenis van iemand die ook aan de inleefweek meedeed. Om aan te sluiten bij de noden en sterktes van haar kinderen, besloot zij haar kinderen naar drie verschillende scholen te sturen. Ze getuigde dat dit met een beperkt budget onmogelijk zou zijn, onder andere vanwege de kilometers die ze daarvoor maalt. Ze zou haar kinderen dus kansen ontnemen mocht dit spel een permanente situatie zijn. Een droeve gedachte.

Armoede maakt ons creatief?

Ik begrijp wel dat een deelnemer aan de inleefweek schreef dat een beperkt budget hem creatief maakte, maar eigenlijk vind ik het apekool. Het is waar dat een paar dagen geldgebrek je brengt tot alternatieve strategieën. Wellicht vergelijkbaar met een deadline op je werk, waardoor je veel gerichter en sneller werkt. We moeten echter voor ogen houden dat een werknemer die deadline na deadline niet haalt, wordt ontmoedigd en afstevent op een burn-out. Misschien moeten we het eerder daarmee vergelijken. Samengevat: in een permanente toestand van schaarste en tekort wordt de creativiteit ongetwijfeld zeer snel doodgeknepen.

Ecologie en armoede?

Als ecologist moet ik me afvragen: kan je leven in armoede en ecologisch leven combineren? Een eerste vaststelling is wellicht – en dan trek ik mijn stoute schoenen aan – dat mensen in armoede op verschillende vlakken een lagere ecologische voetafdruk hebben dan hun medeburgers uit de middenklasse (inclusief een pak ecologisten). Vaak is er geen auto in een arm gezin en vliegtuigreizen zijn bijna altijd onhaalbaar. Kleren worden noodgedwongen gevonden op weggeefsites of in kringloopcentra. Aan de andere kant wonen ze vaak – al even noodgedwongen – in woningen die nauwelijks of heel slecht geïsoleerd zijn, verwarmen ze met elektrische verwarming, etc. Ook eten en drinken is een moeilijke: goedkoop drinken is vaak enkel in plastics te vinden, gezonde (biologische) groenten zijn duurder…

Het beleid?

Ik maakte een belofte aan het begin van de tekst: geen politieke conclusies. Toch kan ik er één niet laten (aard van het beestje). Dat het optrekken van de minima tot de armoedegrens niet meer is dan wat gewauwel in federale beleidsteksten is en blijft een ware schande. Initiatieven als de inleefweek armoede zullen dus noodzakelijk blijven.

Heel veel dank aan de medewerkers en vrijwilligers (zowel mensen in armoede als niet) van Welzijnsschakel Ommekeer voor de markante ervaring en het mooie, wat emotionele, eindfeest. Bedankt om de exoten toe te laten in jullie midden.

* De leefregels:

  1. Leefgeld: €60/volwassene, €25/kind met een maximum van € 50. Dus: €170 voor deze week. Daar moeten alle leefkosten mee worden betaald;
  2. Voorraadkasten op slot. En zeker één product voor persoonlijke hygiëne en één onderhoudsproduct;
  3. Mobiliteit: budget van €10 voor gebruik van de auto voor het werk. Wat daar niet binnen past gaat af van het weekbudget;
  4. Internet: 30 minuten per dag voor communicatie over inleefweek (delen van ervaringen met collega’s van de inleefweek bv), andere zaken via andere weg (bv internet in de bib). Uitzondering voor alles wat te maken heeft met werk of school van de kinderen;
  5. Cultuur en ontspanning: minimaal één ontspannende activiteit, indien er kosten zijn in rekening brengen
  6. Voor elke dag is er een envelop met daarin een onverwachte situatie. Voor oplossingen mogen we maar één keer beroep doen op familie, vrienden, buren…

Afschaffing OCMW’s: over privatisering, herverzuiling en centralisering

“We integreren de OCMW’s volledig in de gemeentebesturen (vrijwillig voor de centrumsteden)”, lezen we in het nagelnieuwe Vlaamse regeerakkoord. Toegegeven: een lel voor een believer in het belang van een eigenstandig lokaal orgaan als het OCMW. Kniezen over de integratie doe ik wel in mijn eentje. In een hoekje, met een muziekje vol mineurakkoorden.

Met deze beslissing wordt een strijd beslecht die al woedt van bij de oprichting van de OCMW’s in 1976. Alhoewel de retoriek in de andere richting wijst, is de horizon waartegen men deze beslissing neemt maar voor een miniem deel te verklaren door het efficiëntievraagstuk. De wil om te privatiseren en/of te ‘verzuilen’, én de Vlaamse centraliseringsreflex spelen een veel grotere rol. Wat mogen we de komende jaren verwachten?

Efficiënt?

De OCMW’s als zelfstandige entiteiten houden dus op te bestaan, tenzij de gemeenten kiezen voor Extern Verzelfstandigde Agentschappen (EVA). Tussen neus en lippen: een EVA zou totaal absurd zijn, want het is net de grote mate van autonomie van de OCMW’s die al jaren een doorn in het oog zou zijn van schepenen, burgemeesters en leden van diverse regeringen.

Ook blijven allerlei tussenstructuren buiten schot. Denk aan decretaal in het leven geroepen organen als de RESOC’s, maar ook intercommunales… Heel bijzonder, want gemeenten hebben vaak minder vat op die structuren. En ze zijn vaak de plaats waar met belastingsgeld minder omzichtig wordt omgesprongen. De nood om daarin te snoeien, is dus groter als het gaat over efficiëntie, transparantie en bestuurlijke verrommeling.

De efficiëntieredenering is niet sluitend, maar een discussie daarover is wel transparant als ze op basis van de juiste cijfers wordt gevoerd. En als ze wordt aangevuld met een effectiviteitsdiscussie. De efficiëntielogica laat zich hier als volgt samenvatten: “twee lokale besturen zijn geldverslindende machines”.

Er zijn argumenten voor fusie van gemeente en OCMW, vanuit democratisch oogpunt (meer transparantie voor de burger) en vanuit eenheid van beleid (het lokale beleid in één hand). Maar er zijn ook tegenargumenten. Om samen strategisch te plannen is integratie niet nodig; er is minder bureaucratie binnen de OCMW’s; samenwerking met sociale actoren en doelgroepen gaat vlotter vanuit een welzijnsorganisatie dan vanuit een administratie; verzelfstandiging betekent ook responsabilisering; er wordt minder volgens oppositiemeerderheid en meer vanuit compromis gewerkt.

Of het daadwerkelijk ook allemaal minder zal kosten, is zeer de vraag. Als een gemeentesecretaris bijvoorbeeld ook het OCMW onder zijn hoede krijgt, dan ontvangt hij in principe 130% van zijn huidig loon. Een besparing van 70%? Nee, want daartegenover worden gegarandeerd extra directeur- en/of staffuncties gecreëerd. Die efficiëntie moet dus nog blijken.

Herverkaveling OCMW’s? Winst voor de privé en de zuilen

De regeringspartijen beogen niet allemaal hetzelfde, maar ze vinden elkaar in wat daarvoor nodig is: de OCMW’s zoals ze vandaag bestaan uitkleden. Het gaat daarbij vooral om de belangen van de achterban. De OCMW’s zijn een soort wingebied voor private en semiprivate partners. De vergelijking is wat overtrokken en vol gevaar in een postkoloniaal Belgisch tijdperk, maar misschien is de grote rijkdom van Congo wel haar grootste vijand. Iedereen komt een stukje meegraaien.

Om deze rijkdommen te ontginnen moeten de OCMW’s verkaveld worden. Plusminus nemen de OCMW’s vandaag vier belangrijke functies op:

  • sociale bijstand (als laatste vangnet)
  • individuele hulpverlening (soms aangevuld met buurtwerk)
  • activeerder
  • aanbieder van publieke diensten (zoals woonzorgcentra en diensten gezinszorg)

Kort door de bocht kunnen we stellen dat N-VA, Open VLD en CD&V samen een oplossing hebben voor elk van deze functies. Oplossing moet u overigens zien in de chemische betekenis. Als een stof die wordt opgelost in een groter geheel.

Individuele hulpverlening

Zo kan de individuele hulpverlening volgens de CD&V worden overgenomen door de Centra Algemeen Welzijnswerk. De voorbije jaren heeft minister van Welzijn Van Deurzen daar in elk geval al stevig op aangestuurd.

Denk maar aan de manier waarop hij in het dossier van de schuldhulpverlening de CAW’s budgethouders maakte in projecten voor de kwaliteitsverbetering van preventie van schuldenlast en kwalitatieve schuldhulpverlening. En dat terwijl meer dan negentig procent van de schuldhulpverlening door de OCMW’s wordt opgenomen.

Een ander voorbeeld is het decreet werk- en zorgtrajecten, waarin de Vlaamse regering een poging doet om voor mensen met medische, mentaal, psychiatrische, psychische of sociale problemen (de doelgroep die men labelt met de vreselijke term MMPP) geïntegreerde trajecten uit te werken. De OCMW’s hebben zich in dat dossier binnengewerkt. Van Deurzen aanvaardde dit uiteindelijk met lange tanden. Verwonderlijk is dit niet: kabinetten van Welzijn worden door afgevaardigden van zuilenorganisaties bevolkt. Experts uiteraard, maar men zit daar vooral voor de belangen van de zuil.

Activering

De activeringstaak kan naar de VDAB. De voorbije jaren werd het activeringsbeleid van de OCMW’s telkens bekritiseerd: pure framing en gebrek aan kennis, zoals ik eerder schreef (zie Activeer de beleidsmaker).

De OCMW’s bouwden decennia geleden een activeringsbeleid uit, toen bleek dat de dan net opgerichte Vlaamse publieke arbeidsmarktbemiddelaar met hun doelgroep niet aan de slag ging. Ook recente Vlaamse experimenten zijn niet echt bemoedigend. De OCMW’s staan al jaren garant voor een integrale benadering, al is daar ook nog ruimte tot verbetering.

We weten intussen ook dat OCMW’s die inzetten op een meersporenbeleid betere cijfers halen. Het is de mix aan maatregelen die het succes maakt van een activeringsbeleid. Het Vlaams beleid blijft te veel uitgaan van een one size fits all.

Het adagium lijkt: ‘wat we Vlaams doen, doen we beter’. In plaats van elkaar te proberen dribbelen, bundelen we beter lokale én Vlaamse krachten. De Vlaamse Regering neemt graag de term multilevel-governance in de mond, maar het blijft wachten tot ook haar hart ervan overloopt.

Publieke diensten

De publieke diensten kunnen we privatiseren (N-VA en Open VLD) of naar de zuilenorganisaties doorschuiven (CD&V). Bij de lokale politici van de drie partijen was er de voorbije jaren al heel veel goesting (pun intented) om publieke diensten af te stoten.

Bij heel wat besturen liggen scenario’s klaar om woonzorgcentra en diensten gezinszorg te verkopen (of is dit intussen gebeurd). Soms uit budgettaire overwegingen, vaker omwille van de belangen van de achterban. Soms mag dit zelfs extra geld kosten. De kloof tussen de maandelijkse kostprijs en de mogelijkheden van de bewoners wordt overbrugd door een financiële steun.

Bij één OCMW bleek de jaarlijkse massa aan (terechte) steun groter dan het jaarlijks deficit van het woonzorgcentrum. Efficiëntie of bediening van de achterban? Twee bedenkingen horen daar nog bij.

Ten eerste: wat is de betekenis van dit ‘verlies’? Laat ons de kostendekkingsgraad bekijken en bediscussiëren hoeveel publieke middelen we willen investeren in zorg. De kostprijs van de progressieve tarieven worden bijna altijd meegerekend in de kostprijs van de OCMW-woonzorgcentra. Niet verwonderlijk dat OCMW’s dan minder efficiënt zijn dan private spelers.

Ten tweede zorgen de (relatief) lage dagprijzen van de lokale besturen voor een regulering van de markt. Dit is noodzakelijk om het voor de burger betaalbaar te houden.

Bijstand

Van de bijstand kan een gemeentelijke dienst worden gemaakt. Dit roept heel veel vragen op, maar dit blijft lokale materie. Ik werk dit dus niet verder uit.

Integraal beleid uit beeld?

De beschreven belangen gedijen het best bij een gebrek aan transparantie. Het uiteindelijke doel wordt ook het best bereikt door middel van sluipende regelgeving en vage taal. Wat men doet is een van oorsprong integraal beleid opdelen en verspreiden over deeldomeinen, sectoren en instellingen. Integraal is nochtans het nieuwe normaal. Of zou dat toch moeten zijn.

Maatschappelijke of individuele problemen doen zich niet opgedeeld voor. OCMW’s beroepen zich al vele jaren op de kracht van integrale hulp- en dienstverlening. Uit onderzoek blijkt de grote noodzaak van afgestemde hulp- en dienstverlening. De sociaal zwakkere wordt gegarandeerd het slachtoffer van de instellingen- en belangendiscussies die aan de ‘inkanteling’ van de OCMW’s ten grondslag liggen.

Moeten OCMW’s dan niet samenwerken met private en semiprivate spelers? Tuurlijk, maar als er vandaag een organisatie bestaat die zaken bundelt op de eerste lijn en dus vanuit generalistische expertise opereert, moet je dat dan niet net verder versterken? En de diensten die gespecialiseerder zijn hun specialismen verder laten ontwikkelen?

Mieke Vogels gaf met sociale huizen een belangrijke boost aan de toegankelijke hulp- en dienstverlening op lokaal niveau. De sociale huizen zouden dé plek worden waar diensten de krachten bundelen in functie van betere antwoorden op vragen van burgers. Van Deurzen holde het concept helemaal uit en versterkte onthaalfuncties in het algemeen welzijnswerk, in de jeugdbijstand… en hij maakte samenwerking tussen het lokaal niveau en andere diensten moeilijker door voortdurende fusiegolven te initiëren binnen de sectoren waarvoor hij verantwoordelijk is.

Regie en actor: 1+1=0?

De sociale huizen brengen ons bij een ander kritiek punt voor de lokale publieke dienstverlening in het Vlaams regeerakkoord. “De lokale besturen (gemeente en OCMW) erkennen we volmondig als cruciale partners in het welzijns-, gezondheids- en gezinsbeleid. We erkennen hun regierol en vinden het belangrijk dat ze deze rol op een of andere manier duidelijk scheiden van hun mogelijke rol als actor, om op die manier het vertrouwen van alle actoren op het terrein te winnen.”

Lokale bestuurders zijn ontevreden over de wijze waarop ze het beleid kunnen regisseren. Vlaanderen schreef regierollen voor lokale besturen in diverse decreten. Die regierollen missen telkens doorzettingsmacht en betekenen eigenlijk weinig in de praktijk. Daarin is Vlaanderen wel heel consequent. Ook het Agentschap Binnenlands Bestuur erkent dit sinds enige tijd. Er is met andere woorden meer nood aan: ontvoogding, juridisch-technische instrumenten en politieke garanties voor regie.

Wat de Vlaamse regering nu van de besturen vraagt, is dat ze minstens de regierol en de actorrol (uitvoerder van dienstverlening) van elkaar afscheiden. Een opmerkelijke constructie waardoor het lokaal niveau zal moeten meedingen naar door haarzelf uitgeschreven opdrachten. Wat men vroeger binnen de eigen diensten deed, kan hierdoor verder worden geprivatiseerd of verzuild.

Meent deze Vlaamse regering het werkelijk met die regierol? Er stappen al (vooral semiprivate) organisaties naar lokale bestuurders met de boodschap: “Eigenlijk moeten jullie focussen op jullie regierol en niet meer op de actorrol”. Eigenlijk zegt men aan het lokaal bestuur: we hollen jullie bevoegdheden volledig uit, want jullie doen dan niet meer mee op het terrein (actor) en een echte regierol hebben jullie nergens. Als de Vlaamse regering die regierol niet volwaardig regelt in de verschillende beleidsdomeinen, wat is dat lokaal beleid dan nog waard? En dat terwijl het de lokale politici zijn die door burgers worden aangesproken over de problemen op hun grondgebied.

Dag Vlaanderen: wat wordt het?

We mogen ons verwachten aan een privatiseringsgolf aan de ene kant en meer verzuiling (herverzuiling). Dat is de Vlaamse regering met de huidige en nieuwe bevoegdheden van zin. Dat moeten we doen met de woorden van Luc Huyse in ons achterhoofd: de zuilen zijn niet langer gebaseerd op een sociologische realiteit maar opereren nu volgens bedrijfseconomische principes. Intussen blijft de oude politieke steun aan de zuil intact. Mieke Vogels maakte in haar politiek testament een bilan op van de kostprijs van de verzuiling.

Dit gaat ook gepaard met een verdere centralisering van beleid op het Vlaams niveau. Het oude federale centralisme (met haar regeldrift) werd doorheen de jaren gewoon vervangen door een Vlaamse variant. Zeker in het activeringsbeleid lijkt de drang groot, ondanks OESO-studies die al het belang van lokale activeringsstrategieën en een te grote centralistische reflex van het Vlaams beleid blootleggen.

Gaat deze Vlaamse regering de lokale besturen de kans geven om beleidsdomeinen aan elkaar te blijven koppelen? Geeft deze Vlaamse regering de lokale besturen de kans om de sociaal zwakkeren te blijven ondersteunen? Want stel je voor dat sociale correcties verdwijnen. En zal het lokaal bestuur kunnen mee blijven zorgen voor prijsstabilisatie? De komende jaren zullen het uitwijzen. Vlaanderen kan maar beter voorzichtig zijn.

(Dit opiniestuk verscheen ook al via De Wereld Morgen)